Gerrit Bortink is een man met ‘gouden handjes’. Hij werkt als monteur bij de textielfabriek als hij wordt opgehaald om een machine te repareren in Enschede. Zijn kundigheid wordt opgemerkt en zo krijgt Gerrit daar een baan aangeboden. Hij gaat in de kost en heeft het er goed naar het zin. De dochter van zijn directeur, Maaike van Zuijlen, maakt grote indruk op Gerrit, maar hij weet dat van zo’n relatie geen sprake kan zijn. Van Zuijlen heeft zo zijn eigen problemen. Daarnaast doet het verhaal over de zelfmoord van een rijke textielinkoper, zo’n dertig jaar geleden de ronde. Het blijkt dat Gerrits ouders er meer van weten…

Johanne A. van Archem schrijft authentieke Twentse streekromans die intussen al ruim over de grenzen van Overijssel worden gelezen. Krachtige persoonsbeschrijvingen en veelal een mysterieuze verhaallijn geven deze romans iets extra’s.