Dorien Kampers is wanhopig en kapot van verdriet als ze hoort dat haar vriend Chiel Brandsma is verongelukt. Ze hield zielsveel van hem en bovendien heeft ze net ontdekt dat ze zwanger is. Het contact met Chiels ouders wordt meteen verbroken: die accepteerden haar absoluut niet als eventuele schoondochter, omdat zij van eenvoudige komaf is. Van haar eigen vader en moeder heeft Dorien ook weinig steun te verwachten. Vertwijfeld probeert ze een nieuwe richting aan haar leven te geven: ze zoekt een baan, verhuist en krijgt een zoontje. Ze blijft verbitterd; ze heeft moeite met de reacties van haar omgeving en wijst nieuwe relaties en vriendschappen af. Na verloop van tijd krijgt haar leven weer glans – niet in de laatste plaats door Chiels opvolger.