Het leven is een opeenvolging van willekeurige anekdoten. De naamloze verteller in deze roman herinnert zich de paar ontmoetingen met zijn buiten zicht geraakte zoon, die hij nu en dan, sporadisch, toevallig, tegen het lijf loopt. Vader en zoon zijn van elkaar vervreemd, de ontmoetingen leiden niet tot toenadering, laat staan beter begrip. De confrontaties vinden plaats op willekeurige “dagen zonder data”. Totdat de zoon zijn verwekker vraagt iets voor hem te doen.